Transitievergoeding berekenen: formule, maximum en uitzonderingen
Eindigt een dienstverband op jouw initiatief, dan heeft de medewerker vrijwel altijd recht op een transitievergoeding — ook na een kort tijdelijk contract. De formule is: een derde maandsalaris per gewerkt jaar, naar rato berekend tot op de dag. Zo reken je het uit.
Wanneer heeft een medewerker recht op transitievergoeding?
De transitievergoeding is verschuldigd wanneer het dienstverband eindigt op initiatief van de werkgever: bij opzegging, ontbinding door de kantonrechter of het niet verlengen van een tijdelijk contract. Het recht bestaat vanaf de eerste werkdag — er geldt geen minimale diensttijd, dus ook bij ontslag in de proeftijd of na een contract van drie maanden bouw je een (kleine) vergoeding op.
Geen transitievergoeding ben je verschuldigd als de medewerker zélf opzegt (zonder ernstig verwijtbaar handelen van jou), bij een beëindiging met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst (daarin spreek je zelf een vergoeding af, vaak wel geïnspireerd op de transitievergoeding) en in enkele bijzondere gevallen, zie hieronder.
De formule: een derde maandsalaris per gewerkt jaar
De wettelijke formule is eenvoudig:
Transitievergoeding = 1/3 bruto maandsalaris per gewerkt dienstjaar, en naar rato voor het resterende deel van het dienstverband. Praktisch reken je: (bruto maandsalaris ÷ 3) × (aantal dienstjaren, inclusief het naar rato meegetelde restant).
Er is geen afronding op halve of hele jaren: je rekent tot op de dag nauwkeurig. Ook de leeftijd van de medewerker speelt geen rol meer; voor iedereen geldt dezelfde opbouw.
Wat telt mee als maandsalaris?
Je rekent met het bruto maandsalaris inclusief vaste looncomponenten:
- het bruto maandloon (bij wisselende uren: het gemiddelde over de voorgaande twaalf maanden);
- 8% vakantiebijslag (1/12 van de jaarlijkse bijslag per maand);
- een vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand (1/12 per maand);
- structurele overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen (gemiddelde over twaalf maanden);
- variabele beloning zoals bonussen (gemiddelde over de voorgaande drie jaar).
Onkostenvergoedingen, de auto van de zaak en werkgeversbijdragen aan pensioen tellen niet mee.
Maximum transitievergoeding in 2026
De transitievergoeding kent een wettelijk maximum dat jaarlijks wordt geïndexeerd; in 2026 ligt dat rond de € 100.000 bruto. Verdient de medewerker op jaarbasis méér dan het geldende maximum, dan is de grens één bruto jaarsalaris. Controleer voor het exacte bedrag altijd de actuele publicatie van de Rijksoverheid; het maximum wordt elk jaar per 1 januari opnieuw vastgesteld.
Uitzonderingen: wanneer betaal je niet?
- De medewerker neemt zelf ontslag (en jij hebt niet ernstig verwijtbaar gehandeld).
- Het ontslag is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de medewerker, zoals fraude — de rechter toetst dit streng.
- De medewerker is jonger dan 18 en werkte gemiddeld maximaal 12 uur per week.
- Het contract eindigt bij of na het bereiken van de AOW- of pensioenleeftijd.
- Bij faillissement, surseance of schuldsanering van de werkgever.
- Jij biedt vóór het einde een gelijkwaardig nieuw contract aan (ook als de medewerker dat weigert).
Transitievergoeding bij einde tijdelijk contract
Dit wordt in de praktijk het vaakst vergeten: ook als je een tijdelijk contract gewoon laat aflopen en niet verlengt, ben je de transitievergoeding verschuldigd. Bij een jaarcontract van € 2.800 bruto per maand (incl. vakantiebijslag) is dat 2.800 ÷ 3 = ruim € 933. Vergeet daarnaast de aanzegtermijn niet: te laat aanzeggen kost je daarbovenop nog eens maximaal een maandsalaris.
Rekenvoorbeelden en vastlegging
| Situatie | Berekening | Vergoeding (bruto) |
|---|---|---|
| 7 maanden in dienst, € 2.400/maand incl. componenten | (2.400 ÷ 3) × (7/12) | ≈ € 467 |
| 1 jaarcontract, € 3.000/maand | 3.000 ÷ 3 | € 1.000 |
| 6,5 jaar in dienst, € 3.600/maand | (3.600 ÷ 3) × 6,5 | € 7.800 |
Betaal de vergoeding uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband; daarna loopt wettelijke rente. De medewerker moet een niet-betaalde vergoeding binnen drie maanden na einde dienstverband bij de rechter opeisen, anders vervalt de aanspraak. Leg de berekening en de betaling schriftelijk vast in de eindafrekening — en laat een eventuele vaststellingsovereenkomst altijd door beide partijen ondertekenen, bijvoorbeeld digitaal via OurDigitalContract.
Einde dienstverband netjes vastleggen?
Stel een vaststellingsovereenkomst of eindafrekening op en laat die rechtsgeldig digitaal ondertekenen. Begin gratis, zonder creditcard.
Veelgestelde vragen
Moet ik transitievergoeding betalen als een tijdelijk contract afloopt?
Ja, als jij het contract niet verlengt. De vergoeding is dan 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar, naar rato. Verlengt de medewerker zelf niet terwijl jij een gelijkwaardig contract aanbood, dan ben je geen vergoeding verschuldigd.
Geldt de transitievergoeding ook bij ontslag in de proeftijd?
Ja. Het recht op transitievergoeding bestaat vanaf de eerste werkdag. Bij ontslag in de proeftijd gaat het om een klein bedrag (naar rato van de gewerkte periode), maar het recht bestaat wel degelijk.
Hoe hoog is het maximum van de transitievergoeding?
Het wettelijk maximum wordt jaarlijks geïndexeerd en ligt in 2026 rond de € 100.000 bruto. Is het bruto jaarsalaris van de medewerker hoger, dan geldt dat jaarsalaris als maximum. Controleer het exacte bedrag bij de Rijksoverheid.
Ben ik transitievergoeding verschuldigd bij een vaststellingsovereenkomst?
Nee, niet wettelijk. Bij beëindiging met wederzijds goedvinden spreek je zelf een vergoeding af. In de praktijk wordt de wettelijke transitievergoeding daarbij vaak als ondergrens gebruikt, omdat de medewerker anders geen reden heeft om te tekenen.