HR-kennisbank

De ketenregeling uitgelegd: wanneer ontstaat een vast contract?

Tijdelijke contracten geven je flexibiliteit, maar niet onbeperkt. De ketenregeling bepaalt dat na een aantal tijdelijke contracten automatisch een vast contract ontstaat — ook als dat nooit je bedoeling was. Zo werkt de regeling, inclusief de uitzonderingen en rekenvoorbeelden.

Laatst bijgewerkt: juli 2026

Wat is de ketenregeling?

De ketenregeling (ook wel ketenbepaling, artikel 7:668a BW) beschermt werknemers tegen een eindeloze reeks tijdelijke contracten. Elkaar opvolgende tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever vormen samen een ‘keten’. Wordt die keten te lang, dan verandert het laatste tijdelijke contract van rechtswege in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daar hoeft geen handtekening voor gezet te worden: het gebeurt automatisch.

De hoofdregel: 3 contracten in 3 jaar

Een vast contract ontstaat zodra je één van deze twee grenzen overschrijdt:

  • Meer dan drie contracten: het vierde opeenvolgende tijdelijke contract is automatisch een vast contract.
  • Langer dan drie jaar: duurt de keten (inclusief eventuele tussenpozen van maximaal zes maanden) langer dan 36 maanden, dan is het contract vanaf dat moment vast — ook midden in de looptijd.

Binnen die grenzen ben je vrij in de duur van elk contract: drie keer een jaar, of bijvoorbeeld 7 + 12 + 17 maanden. Veel werkgevers kiezen bewust contractduren die samen net binnen de drie jaar blijven.

De tussenpoos van 6 maanden

De keten wordt pas doorbroken als er tussen twee contracten meer dan zes maanden zit. Dan begint de telling helemaal opnieuw. Zit er zes maanden of minder tussen, dan loopt de keten gewoon door én telt de tussenpoos mee voor de totale duur van drie jaar. Een werknemer een paar weken ‘uit dienst’ laten gaan en dan opnieuw aannemen heeft dus geen effect op de keten.

Let ook op opvolgend werkgeverschap: neem je iemand over die eerst via een uitzendbureau hetzelfde werk voor je deed, dan tellen die uitzendperiodes in de regel mee in de keten.

Uitzonderingen: cao, jongeren, invalkrachten en BBL

  • Cao: een cao kan de keten verruimen tot maximaal zes contracten in vier jaar, bijvoorbeeld voor seizoenswerk. Bij terugkerend seizoenswerk kan de tussenpoos per cao worden verkort tot drie maanden. Check dus altijd je cao.
  • Jongeren: de ketenregeling geldt niet voor werknemers onder de 18 jaar die gemiddeld maximaal 12 uur per week werken.
  • BBL-leerlingen: contracten in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg vallen buiten de ketenregeling.
  • Invalkrachten basisonderwijs: voor vervanging van zieke leerkrachten geldt een uitzondering.
  • AOW-gerechtigden: voor hen geldt een ruimere keten.

Wat gebeurt er als je de keten overschrijdt?

Dan is het contract vast, wat er ook op papier staat. De einddatum in het contract heeft geen werking meer. Wil je toch afscheid nemen, dan moet dat via de gewone ontslagroutes: wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst), UWV of de kantonrechter — met bijbehorende vergoedingen en doorlooptijd. Een onbedoeld vast contract is daarmee een van de duurste administratieve fouten die je als werkgever kunt maken.

Ketenregeling bijhouden per medewerker

Het risico zit zelden in het eerste contract, maar in de verlengingen. Leg daarom per medewerker vast: contractnummer in de keten, begindatum van de keten en de uiterste datum waarop de drie jaar vol is. Vergeet ook de aanzegtermijn niet: bij elk tijdelijk contract van zes maanden of langer moet je uiterlijk een maand voor de einddatum schriftelijk aanzeggen. Wil je niet verlengen, lees dan hoe je dat netjes doet in contract niet verlengen.

Rekenvoorbeelden uit de praktijk

Voorbeeld 1. Jaarcontract + jaarcontract + jaarcontract = drie contracten in precies drie jaar. Dit mag nog net. Een vierde contract, of een derde contract dat de totale duur boven de 36 maanden tilt, is automatisch vast.

Voorbeeld 2. Contract van 7 maanden, dan 5 maanden tussenpoos, dan een jaarcontract. De tussenpoos is korter dan zes maanden, dus de keten loopt door: dit is contract nummer twee, en er zijn al 24 maanden van de 36 verbruikt (7 + 5 + 12).

Voorbeeld 3. Contract van een jaar, daarna 7 maanden niets, daarna weer een jaarcontract. De tussenpoos is langer dan zes maanden: de keten is doorbroken en de telling begint opnieuw bij contract één.

Let op. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Cao-afspraken en actuele wetgeving kunnen afwijken; raadpleeg bij twijfel een jurist.

Grip op je tijdelijke contracten?

Met OurDigitalContract stel je tijdelijke contracten op met een model voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd, onderteken je digitaal en zie je alle einddatums in één overzicht.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tijdelijke contracten mag ik geven?

In de regel maximaal drie tijdelijke contracten binnen een periode van drie jaar. Bij een vierde contract, of zodra de keten langer duurt dan drie jaar, ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Een cao kan hiervan afwijken.

Wanneer begint de keten opnieuw?

De keten begint opnieuw als er tussen twee contracten meer dan zes maanden zit. Zit er zes maanden of minder tussen, dan telt het nieuwe contract mee in dezelfde keten en telt ook de tussenpoos mee voor de totale duur van drie jaar.

Geldt de ketenregeling ook voor jongeren en invalkrachten?

Er zijn uitzonderingen. De ketenregeling geldt bijvoorbeeld niet voor werknemers onder de 18 jaar die gemiddeld maximaal 12 uur per week werken, en niet voor BBL-leerlingen. Voor invalkrachten in het basisonderwijs die een zieke leerkracht vervangen geldt ook een uitzondering. Een cao kan verder afwijken voor bijvoorbeeld seizoenswerk.

Wat gebeurt er als ik per ongeluk een vierde contract geef?

Dan is dat vierde contract van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd, ook als er op papier een einddatum in staat. De einddatum heeft dan geen werking: je kunt het contract alleen nog beëindigen via de normale ontslagregels, zoals wederzijds goedvinden, UWV of de kantonrechter.

Verder lezen